Hoe de winter je kat beïnvloedt
In Europa brengt de winter twee duidelijke veranderingen met zich mee. De dagen worden korter en de temperaturen dalen. Deze hangen met elkaar samen, en dat geldt ook voor hun effect op je kat. Kortere dagen stimuleren de groei van een dichtere ondervacht. Dit helpt katten hun lichaamswarmte vast te houden, en zelfs binnenkatten, die zelden aan kou worden blootgesteld, ontwikkelen in deze periode meer ondervacht. Tegelijkertijd beïnvloedt de kou het gedrag. Katten die naar buiten gaan kunnen worden blootgesteld aan temperaturen onder nul, wat kan leiden tot onderkoeling of bevriezing, vooral aan de uiteinden van het lichaam. Daarom zoeken katten van nature warme plekken om te slapen en rollen ze zich vaker op dan in de zomer om zoveel mogelijk warmte vast te houden. Daarom heten onze bedrolls voor de winter Snugs. Binnenkatten worden niet op dezelfde manier aan kou blootgesteld, maar verwarmde ruimtes kunnen de huid en vacht uitdrogen, waardoor vaker borstelen of een hogere luchtvochtigheid nodig kan zijn.
De winter heeft ook invloed op het activiteitsniveau en de stofwisseling. Zowel binnen als buiten levende katten bewegen vaak minder, wat kan leiden tot gewichtstoename. Dit kan worden beheerst met voeding met een lager energiegehalte of door meer te spelen, zodat het activiteitsniveau vergelijkbaar blijft. Oudere katten kunnen meer last krijgen van hun gewrichten, en de koude maanden kunnen het immuunsysteem extra belasten. Tegelijkertijd kunnen sommige katten iets meer gaan eten, omdat het energie kost om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Inzicht in deze veranderingen helpt om tijdig te reageren.
Niet alle katten ervaren de winter op dezelfde manier. Sommige zijn er van nature op aangepast, terwijl andere veel afhankelijker zijn van hun omgeving. Rassen met een dichte vacht zoals de Maine Coon, de Noorse boskat of de Siberische kat verdragen kou goed dankzij hun dikke ondervacht en beschermende bovenvacht. De meeste katten zitten daar ergens tussenin, waaronder veel huiskatten en rassen zoals Brits korthaar of de Burmees, die voldoende vacht hebben maar toch profiteren van een warme omgeving. Slanke kortharige katten zoals Oosters korthaar, de Siamees of de Thai verliezen sneller warmte en zijn meer afhankelijk van warmtebronnen. Aan de andere kant staan katten met vrijwel geen isolatie, zoals de Sphynx of de Peterbald, voor wie warmte geen kwestie van comfort is, maar een noodzaak. Deze katten zoeken actief warmte op, of dat nu dekens zijn, warme plekken of gewoon de nabijheid van hun eigenaar.
Hoe reageert jouw kat op kouder weer?
Wist je dat?
De normale lichaamstemperatuur van een kat ligt meestal tussen 38,2 °C en 39,2 °C. Als deze boven dit bereik stijgt, kan dat wijzen op koorts of een infectie. Een lagere temperatuur kan een teken zijn van onderkoeling.
Katten verliezen warmte het snelst via de oren, voetzolen en staart. Zich strak oprollen helpt hen warmte vast te houden en de lichaamstemperatuur stabiel te houden.
Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels geschreven en vertaald voor onze Nederlandstalige lezers.

